Deeltijd-WW geen panacee in crisistijd

Geplaatst op
Deeltijd-WW is niet de droom­oplossing voor een slechtere arbeidsmarkt. Nu een tweede economische neergang aanstaande lijkt, is de deeltijd-WW terug op de politieke agenda.

Vakbonden en werkgevers hebben zich bij het ministerie van SZW gemeld op basis van het ‘succes’ van de regeling in 2009-2010. Ook de SP en De Telegraaf betonen zich voorstander van de overheidssubsidie aan bedrijven om hun werknemers in dienst te houden. Maar het succes van de deeltijd-WW is niet evident. Zoals vaak met overheidssubsidies leidt de deeltijd-WW tot verspilling van belastinggeld.

 

Er bestaan twee visies op de deeltijd-WW. De ene visie ziet het als een instrument dat bedrijven en werknemers in staat stelt de meerwaarde van hun arbeidsrelatie te behouden, die bij ontslag verloren zou gaan. Met deeltijd-WW kan een periode van liquiditeitsproblemen bij de werkgever worden overbrugd, zodat werknemers in dienst kunnen blijven. Bijkomend voordeel voor de overheidsfinanciën op korte termijn is dat het aantal voltijdse WW-uitkeringen niet oploopt. In de andere visie is invoering schadelijk, omdat deeltijd-WW het proces van economische vernieuwing en arbeidsmobiliteit tegengaat. Niet-levensvatbare bedrijven komen in een recessie vaak in de problemen, maar zij worden via de deeltijd-WW beschermd, ten nadele van nieuwkomers.

 

Overheidssubsidies leiden vaak tot verspilling. Dat geldt ook voor de deeltijd-WW. De overheid kan vooraf slecht beoordelen bij welke bedrijven daadwerkelijk ontslagen worden voorkomen. Verder is lang niet altijd duidelijk welk bedrijf structureel gezond is en welk bedrijf niet. Bij de eerdere vaststelling van het budget voor de deeltijd-WW in 2009 ging het ministerie er al van uit dat meer dan de helft van de gelden zou opgaan aan ‘onnodig gebruik’. Recent onderzoek van de Oeso staaft dit.

 

Hoewel nog veel onduidelijk is over de gevolgen van de deeltijd-WW in 2009-2010, is het negatieve effect van tegenwerking van het proces van economische vernieuwing waarschijnlijk beperkt geweest, omdat er geen grote herschikking van de economie heeft plaatsgevonden. Anderzijds betekent de geringe oploop van de werkloosheid dat de deeltijd-WW waarschijnlijk onnodig is geweest. Een causaal verband tussen de deeltijd-WW en de relatief lage werkloosheid in Nederland is aantoonbaar onjuist, gezien de beperkte omvang van de regeling.

 

De huidige roep om hernieuwde invoering van de deeltijd-WW is opmerkelijk, omdat de werkgelegenheid op dit moment stijgt. De werkloosheid stijgt ook, maar het aantal WW-uitkeringen verandert nauwelijks. Het gaat er dus om nieuwe banen te creëren. Vooralsnog is er geen reden om de deeltijd-WW voor werkenden opnieuw in te voeren. Slechts als de werkgelegenheiddaalt, komt het moment waarop de discussie over de invoering van de deeltijd-WW kan losbarsten. De nadelen van deze regeling mogen dan niet onbenoemd blijven, de deeltijd-WW is namelijk geen panacee.

 

Bron: FD.nl

Foutmelding